








Het gebouw werd opgetrokken volgens de typologie en het volume van een voormalige schuur met stallingen. De oostgevel werd volledig beglaasd en geeft uit op de tuin.

De constructie bestaat uit een staalskelet ingevuld met een houtskelet. Bijgevolg is de ruimte binnenin volledig open en vrij in gebruik. Het dak en wanden werden degelijk geïsoleerd met cellulosevlokken tussen de kepers.

De binnenwanden en schuine dakvlakken werden afgewerkt met lariks. Het binnenschrijnwerk is massief eik.

Een stijle trap leidt naar een mezzanine. Ook deze ruimte heeft zicht op de tuin door de beglaasde tussenwand. Onder de trap zit het toilet en een compact wastafelmeubel.